zondag 17 december 2017

Winnares Een glimp van je ziel reageert met gedicht

In oktober 2017 reisde Het schilderij Een glimp van je ziel 10 jaar door Nederland. Om dit te vieren (en tevens afscheid te nemen van het project) verlootte ik een giclée van Een glimp van je ziel. Ondertussen prijkt het op de mooiste en duidelijkste plek in de zitkamer van familie Markhorst en inspireerde Een glimp van je ziel de winnares tot een gedicht.


Een glimp van je ziel - door W. Markhorst

Wie Ben jij?
Ken je mij?
Jij kijkt naar mij
Dat maakt me blij.
Ik kijk naar jou
Ik zie je
Ik voel je
Innig, lief, diep, vrouw.
Ik hou van jou.
Wij in ogen-blik verbonden 
Eenheid van Schepper
Vader moeder kind
"Tussen"ruimte die ons bindt
"Een glimp van je ziel"
Het viel mij zomaar toe
En hoe
Een wonder, heel bijzonder!
Ik bewonder jou Bianca
Dank je wel.


(Mede geïnspireerd op Ho'oponopono en de filosofie van Buber ('Ik en Gij') en van zijn leerling Levinas ('De blik').)

Een glimp van je ziel terug thuis in het atelier

donderdag 7 december 2017

Schrijvers geïnspireerd door 'One'

Elke laatste donderdag van de maand vindt in de Oisterwijkse Bibliotheek het schrijverscafé plaats. Lokale schrijvers en dichters dragen voor uit eigen werk, geven en ontvangen feedback en stimuleren elkaars creativiteit. Vorige maand werden zij uitgenodigd om zich te laten inspireren door één van mijn schilderijen. Te kiezen uit de schilderijen ‘Ziende blind’ (2003) of ‘One’ (2015). Bij deze twee teksten naar aanleiding van ‘One'.

One - Bianca van Baast


‘One’ door Jan Mantel

Ik mis haar nog steeds. Bijna dagelijks moet ik aan die lieve schat denken. Haar stem klinkt nog door mijn hoofd als een resonerende stemvork waarmee te hard geslagen is. Als ik mijn ogen dicht doe zie ik de fijne trekken van haar gezicht, ogen die  raken, uitnodigende lippen. Mijn handen voelen ’s nachts de rondingen van haar lichaam. De doorleefde momenten van de nacht. Het blijft terugkomen al is het al zolang geleden dat het ophield. Het plotselinge afscheid, het leek of met grote vaart tegen een stootblok op een dood spoor gebotst werd.
Onlangs werd ik opnieuw met haar geconfronteerd. Als een wonder verscheen ze voor me.
Ik was uitgenodigd voor de opening van een expositie met schilderijen in kasteel Geldrop. Voor de officiële opening plaats vond, liep ik alvast door de zalen en bewonderde het voor mij nieuw magisch realisme, opgehangen aan de muren van de statige zalen met de hoge plafonds. Veelal vrouwenfiguren tot in perfectie weergegeven, vaak de ogen gesloten. De zalen ademden een geheimzinnige sfeer van innerlijke rust en meditatie. Maar ook angst en onzekerheid.
Ineens stond ik voor haar. Daar hing ze, in dezelfde pose als de foto die ik heimelijk had genomen. De knieën opgetrokken, de bruine haren loshangend boven haar. De rechterarm gebogen voor haar gezicht. De linkerhand tegen de kin en mond. Een deken losjes gedrapeerd over haar blote lichaam. Ik schrok. Hoe kon dat? Zo’n gelijkenis. Alleen aan het gezicht kon ik zien dat zij het niet was.
Ik werd weggeroepen, de opening ging plaats vinden. In een grotere zaal stond ik samen met de genodigden in een halve cirkel rond de harpiste, die alles muzikaal omlijstte, en voor de kunstenaar. Ik kon de woorden nauwelijks tot me door laten dringen die, soms met ontroering, uitgesproken werden. Ik bleef aan het moment van de pose terugdenken.
Maria sliep, ze lag zo mooi en vredig daar op mijn bed. Ik maakte een foto maar door het klikje gingen haar ogen open. Alsof ze niet echt had geslapen maar op een teken van mij lag te wachten. Ze zag me en glimlachte.
‘Je bent toch niet stout geweest?’
Bijna onmiddellijk voelde ze aan de punten van de deken die over haar lag en streek ze met haar hand over haar dijen.
‘Nee, lieverd, ik zou niet durven.’
Ik boog me voorover en kuste haar de mond. Haar linker arm ging met een stuk deken omhoog en ze nodigde me uit bij haar te komen liggen. Ze krulde zich tegen me aan en fluisterde in mijn oor;
‘Ik laat je nooit, nooit meer gaan.’
Er werd geapplaudisseerd, geroepen zelfs. Aanwezigen waren enthousiast.
Gauw pakte ik een glas mineraalwater van het blad dat langs kwam en dronk het achter elkaar leeg. De brok in mijn keel verdween niet. Ik moest weer terug naar de in verf vleesgeworden Maria. Nu stonden er veel mensen omheen. Een man stond met geaffecteerde stem met zijn partner te discussiëren over de prijs.
‘Tot zover wil ik gaan Evert’, hoorde ik haar zeggen. Hij liep meteen richting kunstenaar.
Nu pas zag ik dat er geen bed te zien was. Maria zweefde tussen en op kleine sterren in een zwarte oneindigheid. Het maakte haar verschijning nog mystieker maar voor mij vanzelfsprekender.
‘One’ stond er onder het schilderij. Even later kwam een medewerker van het kasteel langs en plakte een rood stickertje op het bordje onder het schilderij.
Nog een paar dagen en dan zou ze ook hier verdwijnen en de rest van de tijd in een elite huiskamer aan de muur hangen.
‘Ik heb een echte Van Baast’, zou de man trots tegen zijn vrienden zeggen en een verhaal vertellen waarom de kunstenaar het ‘one’ had genoemd.
En Maria zou verder slapen voor eeuwig tussen de sterren in een oneindige droom tot het moment dat ik onder de deken schuif en haar koude lichaam weer warm kan maken. 

**

Astronimf door Ruud Lamp

Vanuit het perspectief van de kunstenaar
Als ik ga liggen en mijn ogen sluit maakt totale ontspanning zich soms van mij meester.  Omringd door sterren zweef ik steeds verder het universum in, mijn nirwana tegemoet. Ik laat deze situatie niet verstoren door hartstochtelijke en of zwaarwichtige gedachten die de zwaartekracht tarten en mij de aardse sfeer weer in trekt. Zo slaap ik de droom soms. De warmte van de sterren doet mij van binnen gloeien.   
Mijn vertrouwde nachthemd blijft mij half omhullen, zoals de rups zich verpopt. Maar ik ben al lang verpopt. Volwassenheid heet dat. Zou ik dat wel willen, terug naar de onbevangenheid en los van hartstochten zijn, een serene slaap zonder dromen?
Gedragen door de sterren, licht deinend door het heelal mijn z(w)evende hemel in. Zo ver zal het (nog) niet komen, want een dubbel gevoel maakt zich snel van mij meester. Wil ik wel vrij zijn van mijn hartstochten, waar de zwaarwichtige gedachten als een slang doorheen kronkelen en die onlosmakelijk met mijn creativiteit zijn verbonden? Dit dubbelgevoel op laten komen blokkeert onverbiddelijk mijn vlucht naar de zevende hemel. De zwaartekracht slaat onmiddellijk toe en zet mij weer met beide benen op de grond.

Vanuit het perspectief van de toeschouwer
Hoewel niet geheel ontbloot van erotiek, is dat niet het eerste dat mij in haar aantrekt. Is het soms de bevalligheid van haar houding? Ze slaapt en zweeft tussen de sterren en straalt sereniteit uit die mij afleidt van de erotiek. Met tussenposes kijk ik. Zij zou zich begluurd kunnen voelen en mij beschouwen als een brutale voyeur. Haar gezicht zie ik maar half met de ogen gesloten. Derhalve blijft de spiegel van haar ziel wazig.
Hoe zou ze me aankijken, naar me lachen? Hoe klinkt haar stem en niet in het minst; hoe beweegt ze? Welk parfum gebruikt ze?
Toch wil ze dat de kijker haar blijft vasthouden in haar onschuld en haar volgt naar het onbekende. Of is het geveinsde onschuld. Maar dan is het verleiden. Maar tot wat? Volg mij en ik zal je inwijden in de geheimen van mijn universum. Pas dan kan ik echt voelen wie ze is en wat ze is. Nu blijft zij een geheim.
Ach, misschien wilde de kunstenaar alleen maar een schone slaapster schilderen, ze is daar wonderwel in geslaagd. We weten allemaal hoe het daarmee is afgelopen. Werd die niet wakker gekust door een stel dwergen of was het een prins die haar weer met beide benen op de grond zette?

Schrijvers geïnspireerd door 'Ziende blind'

Elke laatste donderdag van de maand vindt in de Oisterwijkse Bibliotheek het schrijverscafé plaats. Lokale schrijvers en dichters dragen voor uit eigen werk, geven en ontvangen feedback en stimuleren elkaars creativiteit. Vorige maand werden zij uitgenodigd om zich te laten inspireren door één van mijn schilderijen. Te kiezen uit de schilderijen ‘Ziende blind’ (2003) of ‘One’ (2015). Bij deze twee teksten naar aanleiding van ‘Ziende blind’.

Gedicht door Tineke Smals - Holm 
                               
Ziende blind - Bianca van Baast
Luister lief
ik fluister woorden
woorden voor mijn
lief alleen

Fluister weg de nare
dromen spokend steeds
maar door je heen

Luister lief
ik fluister luider
fluister luider in
je oor

Luister lief ik wil
je strelen zorgen
snellen er vandoor

Ik wil alles met je
delen want daar
is de liefde voor

Luister lief kijk
naar de hemel zon straalt
door de bomenpracht

Voel de sprankelende
warmte op je lichaam
warm en zacht

Laat de nare dingen
gaan nu kijk mij nu
eens rustig aan

Luister lief
ik heb je lief hoor
en ik laat je nooit
meer gaan

**

De vrouw in de spiegel - door Roland Smulders

In de naastgelegen kamer hoorde de vrouw hem stommelen met de bank. Het kwam aan op de juiste belichting, had hij haar al vaker uitgelegd. Een centimeter kon al het verschil betekenen. Hij liet niets aan het toeval over. Ze hadden grote plannen. De wereld zou aan haar voeten liggen.
‘Kan het niet wat zachter’, riep ze geprikkeld.
‘Schiet liever op’, antwoordde hij bot.
‘Dat doe ik toch.’
‘En zorg dat je niets vergeet.’
Gekrenkt ging de vrouw door met haar voorbereiding. Ze vergat nooit elk plekje van haar lichaam te controleren. Hij wist het, maar toch kon hij het niet laten iedere keer met een hatelijke opmerking in haar zelfvertrouwen te prikken. Van haar houden deed hij waarschijnlijk al lang niet meer. Ze was hoogstens nog een middel om zijn doel te bereiken, bruikbaar, maar niet onvervangbaar. En daar maakte hij ook geen geheim meer van. Er waren andere vrouwen die wel wilden meewerken. Ze moest het niet wagen pretenties te krijgen. Zonder hem keurde niemand haar ook maar een blik waardig. Het was zijn talent dat haar tot leven wekte.
Met een zucht bracht de vrouw nog wat poeder aan op haar gladde schedel. Kon hij haar ook vertellen welk leven? Ze heette Lydia, Kim, Karen. Voor iedere rol had ze een pruik en bijpassende opmaak. Ergens, gaandeweg de reis, verloor ze het zicht op wie ze eigenlijk was. Het deed er ook niet toe. Het eigen haar kon ze beter afscheren, meende hij. Waarom zou ze iedere keer al die moeite doen om terug te keren naar zichzelf. Ze was wat anderen in hun fantasie van haar maakten. Soms onschuldig, soms juist niet. Ze straalde in het licht van de schijnwerpers en verdween weer in de anonimiteit van de duisternis. De rest van de tijd was ze niemand.
‘Als je teruggaat naar die klootzak, dan hoef je hier niet meer aan te komen’, schreeuwde haar dochter, toen ze met haar tas naar beneden kwam. ‘Laat je dan maar lekker door hem in elkaar meppen. Reken er niet op dat ik je daar nog een keer kom weghalen.’
Kon ze dat zwart op wit krijgen? Die ene keer was al erg genoeg. Het kostte veel moeite om hem weer tot bedaren te brengen. Moeite en consessies. Haar dochter was veilig. Ze koos nu onvoorwaardelijk voor hem. Taboes bestonden niet langer.
Met een kritische blik beoordeelde ze nog een laatste keer de vrouw in de spiegel. Ze mocht hem niet kwaad maken. Het werd tijd om iets nieuws te proberen. De mensen raakten snel uitgekeken op een beeld dat ze al kenden. Blauwe lippenstift stond haar niet, maar op normaliteit zat niemand in haar wereld te wachten. Fantasie had geen boodschap aan wat normaal was. Haar machteloosheid en pijn moesten geloofwaardig overkomen, daar ging het om. Het aanbod was groot en de concurrentie had genoeg aan de kleinste aarzeling.

Meer van Roland Smulders lezen?: